Door Annemarie Jongbloed, Schrijvergevonden.nl. Soms is het moeilijk om een passende onderwijsplek te vinden voor kleuters. Dat gold ook voor Cahil. Hij werd vier op een peuterobservatiegroep en werd doorverwezen naar de Hartekampgroep voor kinderen met een beperking of een intensieve zorgvraag. Daar gingen ouders niet mee akkoord, zij hielden hem thuis. De groepsleider zocht contact met Geeske van Klaveren, begeleider passend onderwijs, met als specialisme het jonge kind.

Cahil
Cahil viel op door een achterstand in onder andere, zijn spraak-taalontwikkeling en leek niet te snappen wat er van hem werd verwacht. Ook ontwikkelde hij zich (nog) niet als een zelfredzame kleuter. Ondanks de behandeling op de peutergroep en logopedie, ging Cahil nauwelijks vooruit. Toen hij vier werd, was de behandeling op de peuterobservatiegroep afgerond. Het team adviseerde zijn ouders om Cahil aan te melden voor dagbehandeling bij de Hartekampgroep. Een medewerker ging met de ouders mee om daar te kijken. De moeder van Cahil was duidelijk: ‘Mijn kind hoort hier niet bij.’ Vanaf dat moment hielden de ouders Cahil thuis.

Wens van ouders
Toen Geeske van Klaveren door  de observatiegroep werd gebeld, was de vraag of dit iets voor haar was. Ze zag de vraag om hulp als een uitdaging om de kleuter op een passende plek te krijgen.
Geeske startte met een bezoek aan het gezin. Ze wilde het verhaal van de ouders horen en Cahil zien in zijn vertrouwde omgeving. ‘Ik voelde me welkom en ouders waren openhartig. Ik zag meteen de achterstand van Cahil en toen ik het verhaal van ouders had gehoord, heb ik gezegd dat een klas met dertig kinderen en één leerkracht, niet goed zou zijn voor Cahil.’ Toch bleef dat de wens voor hun zoon: een school in de buurt.
Geeske: ‘De ouders zagen alleen het taalprobleem van Cahil en gingen ervanuit dat dat wel goed zou komen. Dat was bij zijn oudere broer en zus ook gebeurd. Ik begreep hun standpunt, zij zagen elke kleine vooruitgang als een grote stap in de ontwikkeling van Cahil.’

Samenwerking
Hoewel Geeske  de neiging heeft om alleen te werken, zocht ze nu contact met de jeugdarts, de leerplichtambtenaar, de Hartekamp en hield ze contact met vroegbehandeling: ‘Ik wilde dit niet alleen doen. Ik was op zoek naar “meedenkers”, naar mogelijkheden.’
Van thuiszitten word je niet beter, daar waren alle partijen het over eens. Maar wat dan wel? Geeske: ‘Ik zocht naar kansen en mogelijkheden en dacht bij elke stap: waar sta ik, wat kan ik betekenen of wie heb ik daarvoor nodig?’

Hulp in huis
Met de jeugdarts bezocht Geeske van Klaveren het gezin nogmaals: ‘Wellicht zouden ouders van een arts meer aannemen dan van mij of andere hulpverleners.’ Geeske en de jeugdarts legden nogmaals uit wat op dit moment de beste begeleiding zou zijn voor de ontwikkeling van Cahil. Ouders luisterden maar bleven bij hun standpunt: Cahil zou niet naar de Hartekamp gaan. Wel maakten zij gebruik van de tips van Geeske en de jeugdarts, door bijvoorbeeld een speelplekje in huis te maken voor Cahil.
Ook stonden de ouders open voor hulp binnenshuis. Omdat Cahil nog niet zindelijk en zelfredzaam was, nam de jeugdarts contact op met Sensazorg voor pedagogische ondersteuning. Een Turks sprekende gezinsbegeleider kwam Cahils moeder wekelijks helpen met zindelijkheidstraining en het zelfstandig eten. Dat lukte en het vertrouwen van ouders groeide, zowel in de medewerker van Sensazorg als in de hulp van Geeske: ‘Ze gingen me bij mijn voornaam noemen.’

Gezamenlijke begeleiding
Geeske van Klaveren overlegde ook met de Hartekampgroep. Hierdoor kwam ook een pedagogisch medewerker van deze organisatie in het gezin. Ze nam speelgoed mee en had al gauw een klik met Cahil. Ouders waren enthousiast over de interesse die Cahil in de materialen toonde.
De pedagogisch medewerker van de Hartekampgroep kwam tien keer bij het gezin. Zij observeerde Cahil, speelde met hem en gaf aan wat hij nodig had. Cahil ontwikkelde zich, maar onvoldoende om naar school te kunnen.
De hulpverleners van Sensazorg en de Hartekampgroep praatten met Cahils ouders over zijn ontwikkeling en adviseerden hen dagbehandeling bij de Hartekampgroep. De ouders bleven gericht op het basisonderwijs.

Tussenstap
Toen de begeleiding vanuit Sensazorg en de Hartekamp stopte, zocht Cahils vader contact met een Integraal Kindcentrum (IKC). Hier vertelde men vader dat zij Cahil geen passende plek konden bieden.
Geeske van Klaveren bedacht een tussenstap. Ze benaderde een onderwijszorgklas waar vier leerkrachten en begeleiders met negen kinderen werkten. Een betrokken groepsleider durfde het aan, ze bezocht de ouders en zei: ‘Cahil mag drie keer bij ons komen om te ervaren hoe dat gaat.’ Het ging niet: Cahil snapte niet wat er van hem werd verwacht, dwaalde door de gangen en opende ramen en deuren.
Geeske hoopte dat de ouders van Cahil nu zouden inzien dat school nog geen optie was.  Maar Cahils vader volgde zijn vrouw, en meldde Cahil aan bij een reguliere basisschool.

Familienetwerk
De moeder van Cahil kwam naar de basisschool voor een gesprek met de directeur, de leerplichtambtenaar (zij was er nu bij omdat Cahil bijna vijf jaar zou worden), en Geeske . Tot dan toe was Cahils vader bij alle gesprekken geweest, wat fijn was omdat zijn vrouw nauwelijks Nederlands sprak. Deze keer was hij er niet. Cahils moeder kwam met haar schoonmoeder en schoonzus.
De directeur legde nogmaals uit waarom Cahil niet naar zijn school kon komen. Geeske vertelde nog eens wat het advies inhield. De schoonfamilie was het eens met het advies en vertelde dit ook aan Cahils moeder. Hierdoor besloten de hulpverleners de aanvraag voor een plek voor dagbehandeling, in orde te maken.

Oneens
Toch werd Geeske daarna gebeld door een andere school waar Cahil was aangemeld. De ouders van Cahil hadden niet alles verteld bij deze aanmelding en ook daar werd de plaats voor Cahil ingetrokken.
Geeske en de jeugdarts bezochten de ouders nogmaals. Ze namen de indicatie voor het kinderdagcentrum mee zodat ouders deze meteen konden ondertekenen. Ook de schoonmoeder was aanwezig. Na een lang gesprek, zetten de ouders van Cahil, hun handtekening en maakten een afspraak voor de intake.

Out of the box
Cahil gaat nu drie dagen per week naar de Hartekampgroep in het IKC. Het gaat goed met hem en er wordt gekeken of hij op termijn, misschien naar het speciaal onderwijs kan.
‘Dit is gelukt doordat we out of the box gingen,’ zegt Geeske . ‘Samenwerken met andere partijen was hierbij belangrijk. Niet alleen de regie nemen, maar sámen konden we nieuwe mogelijkheden onderzoeken, bijvoorbeeld de tussenstap van drie keer onderwijszorgklas. Daarvan hebben we geleerd dat we nog niet voldoende antwoord hebben op dit soort vragen.’

Geduld
‘Naar ouders luisteren, hen volgen en met geduld kleine stappen zetten, dat zijn de succesfactoren geweest in deze casus,’ geeft Geeske van Klaveren aan. ‘De praktijk bleek weerbarstig, ik moest vaak schakelen, bijvoorbeeld toen Cahils vader zijn zoon opeens toch had aangemeld bij een reguliere school.’
Toch is Geeske blij met het persoonlijk contact dat ze had met de ouders van Cahil. Door hen thuis te bezoeken, ontstond er vertrouwen. ‘Daar heb ik in geïnvesteerd en het werkte.’ Wel zou Geeske een volgende keer eerder vragen naar het netwerk, familie of vrienden, van ouders: ‘Als de familie er eerder bij betrokken wordt, zou dat het proces kunnen versnellen.’

Stappenplannen
In 2017 nam Geeske de uitdaging aan om, samen met Cahils ouders, een passende plek voor hem te vinden. Dat is gelukt. Nu liggen er stappenplannen waarin staat dat het samenwerkingsverband in een eerder stadium betrokken wordt bij problemen met driejarigen. ‘Want,’ zegt Geeske, ‘zo jong thuiszitten, dat kan niet.’
 

Samenwerkingsverband
Passend Onderwijs IJmond

Antillenstraat 21
1944 XA  Beverwijk
E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
T: 0251 707510

Aanmelden nieuwsbrief

Top