Hoe hebben jullie het hoorrecht georganiseerd?
“We proberen het zo te doen dat iedere leerkracht ongeveer één keer in de vier weken wat wij noemen een ‘jouw-gesprek’ heeft met een kind. Daar beginnen we al mee in groep 1, maar dan heel ongedwongen, tijdens het spelen en werken. Vanaf groep 3 en 4 pakken we het serieuzer aan. Dan gaat het over vragen als: hoe zit je in je vel, gaat het goed met spelen of leren, wat kun je zelf doen om dingen te verbeteren en hoe kunnen wij helpen? Zo nodig koppelen we dat ook aan een handelingsplan dat we samen met het kind opstellen en daarna ook met zijn ouders bespreken. Daarin staan afspraken die leerling en school met elkaar maken. Zij kunnen elkaar daarop aanspreken. Kort samengevat, we betrekken kinderen bij hun eigen ontwikkelingsproces.”
Wat is je ervaring daarmee?
“Kinderen gaan hier goed op. Ze weten beter dan je denkt waar ze blij en minder blij van worden. Ze kunnen zich goed uiten als je ze de ruimte geeft. Dit soort gesprekken voedt hun zelfvertrouwen en versterkt de band met de leerkracht. Er zijn in mijn ogen alleen maar voordelen.”
Hoe gebruiken jullie de input van de gesprekken en het handelingsplan?
“Ze dienen onder meer als opstap naar de COOL-gesprekken met ouders. COOL staat voor: Coach, Ouder, Ontwikkeling, Leerling. Leerlingen hebben die naam zelf bedacht. Vroeger waren dit de 10-minuten gesprekken met ouders. Bij ons zaten de kinderen daar al langer bij, maar nu nemen ze ook echt het voortouw. Dat gaat ze ook makkelijker af, omdat ze meer gewend zijn om te reflecteren op zichzelf. We hebben het dan niet zozeer over cijfers, maar vooral over welzijn. Bij ons is een toetsperiode ook geen harde beoordeling, maar eerder een check: hoe zit een kind erin?”
Wat vinden ouders hiervan?
“Dat is soms even wennen. Niet iedereen is gewend om op deze manier met zijn kind te praten, meer op basis van gelijkwaardigheid en openheid. Dat kan een eyeopener zijn. Wij hopen dat ze er iets van mee naar huis nemen.”
Hebben de kindgesprekken nog een andere functie?
“Jazeker. Het levert veel extra informatie op over het kind. Ik heb drie keer per jaar leerlingbesprekingen met de leerkrachten. We kunnen dan veel makkelijker bijvoorbeeld een mindere toetsscore verbinden aan een persoonlijke situatie. Is er iets veranderd bij een leerling? Wat komt uit de gesprekken met hem naar voren? Je pikt eerder signalen op en kunt daar adequaat op reageren. Dat helpt mij ook in mijn werk als zorgcoördinator.”
Het hoorrecht komt vooral naar voren als een kind een extra ondersteunings- of zorgtraject ingaat. Geven jullie hem dan ook zo’n prominente rol?
“In principe wel. Maar zo’n traject is soms wat kwetsbaarder. Op dat moment kijken we zorgvuldiger wanneer hij zich kan uitspreken in het gesprek met de ouders, en we vinden ook dat hij niet de hele tijd aanwezig hoeft te zijn. ‘Mag ik even doorpraten met je vader en moeder?’, vraag ik dan. Vaak vinden kinderen dat helemaal prima. Gaan ze lekker buitenspelen.”