Werken in kernen

SWV Passend Onderwijs IJmond werkt sinds 2020 met ‘kernen’. Dit zijn scholen in wijken en/of gemeenten die bovenbestuurlijk met elkaar samenwerken. Hoe functioneren zij in de praktijk? Tanja Molenaar en Angelique de Vries van het SWV deden daar uitgebreid onderzoek naar. “De voorzitter vervult in de kern een sleutelrol.”

Ooit zijn de kernen opgericht om een ambitie van de schoolbesturen te helpen waarmaken. Hoe kun je ervoor zorgen dat kinderen, hoe verschillend ook in hun ontwikkelings- en onderwijsbehoeften, in hun vertrouwde omgeving naar school kunnen gaan? Door met scholen in de buurt een kern te vormen en samen te werken aan de ambitie: geen kind de kern uit.

In de kern ontmoeten directeuren elkaar regelmatig om kennis te delen, het onderwerp leerlingstromen te bespreken en gezamenlijk oplossingen te zoeken voor complexe ondersteuningsvragen. Ook gemeenten, jeugdhulp, consulenten van het SWV en andere partners sluiten waar nodig aan. Zo ontstaat een sterk lokaal netwerk rondom kinderen en gezinnen.

Project Impuls Kernen
In 2024 zijn Tanja en Angelique gestart met het project Impuls Kernen om inzicht te krijgen in de kracht en ontwikkelkansen van de kernen en de onderlinge samenwerking verder te versterken. Zodat alle scholen vertegenwoordigd zijn in een goed functionerende kern.

Dat uitgangspunt blijft recht overeind staan. Toch zag je in de praktijk dat kernen zoekende waren om hun rol goed in te vullen. De bedoeling was niet altijd voldoende duidelijk afgestemd. “Dat is ook niet zo gek”, aldus Tanja. “Het besluit voor de kernen is bestuurlijk genomen, het veld had meer meegenomen willen worden.”

Onderzoek
Het onderzoek moest uitwijzen waar kansen, mogelijkheden en uitdagingen werden gevoeld binnen de kernen en hoe deze opgelost kunnen worden. Angelique: “We hebben in het schooljaar 2024-2025 vragenlijsten rondgestuurd en gesprekken gevoerd met de kernen, de deelnemersraad, de ondersteuningsplanraad en de klankbordgroep. Dat heeft geleid tot aanbevelingen waarmee de kernen nog beter in hun kracht kunnen komen te staan.”

Het onderzoek laat zien dat sterke kernen gebouwd worden met vijf bouwstenen: samenwerking en vertrouwen, een gezamenlijke visie, professionalisering, goede afspraken over leerlingstromen en een sterke verbinding met gemeenten en andere netwerkpartners.

Niet elke kern staat op hetzelfde punt. Sommige kernen werken al een aantal jaar intensief samen, terwijl andere nog bouwen aan structuur, vertrouwen en gezamenlijke afspraken. Juist daarom is gekozen voor maatwerk: iedere kern ontwikkelt zich in een eigen tempo.

Betrokkenheid en commitment
Het belangrijkste is ‘commitment’, aldus Tanja. Een kern functioneert goed als de deelnemende partijen er echt iets van willen maken. “De voorzitter vervult daarbij een sleutelrol. Hoe houd je iedereen betrokken? Hoe vaak is er een kernoverleg? Is er een duidelijke agenda? Volgen daar actiepunten uit en monitor je die ook?”

De voorzitter is de verbindende schakel binnen de kern. Hij of zij bewaakt de gezamenlijke koers, stimuleert samenwerking tussen scholen en partners, zorgt voor continuïteit en houdt zicht op de voortgang van gemaakte afspraken. Daarmee is de voorzitter niet alleen organisator, maar ook aanjager van de ontwikkeling van de kern.

Wat ook helpt is structuur. Angelique: “Daar zijn we mee aan de slag gegaan. We hebben een format gemaakt voor een agenda en een kernplan. Daarmee kun je acties opzetten én borgen. Aan het begin van het jaar spreek je verwachtingen uit en aan het einde van het jaar kijk je samen wat daarvan is terechtgekomen.”

Leerlingstromen
Over de hele linie zien Tanja en Angelique vooruitgang in de samenwerking. Vooral op het gebied van de leerlingstromen worden stappen gezet. Angelique: “Voor scholen in de kern wordt het steeds gebruikelijker om te kijken hoe je nieuwkomers, doorstromers uit het gespecialiseerd onderwijs, thuiszitters of verhuizers een passende plek op een school kunt geven. Door deze onderwerpen gezamenlijk te bespreken, ontstaat meer overzicht en kunnen scholen elkaar sneller ondersteunen. Dan ben je met elkaar echt thuisnabij en inclusiever onderwijs aan het organiseren.”

Tanja: “Daarnaast weten externe partners de kern steeds beter te vinden. Ook wordt de rol van de consulenten van het SWV steeds duidelijker. De informatie vanuit het SWV wordt bijvoorbeeld centraler gedeeld, waardoor alle kernen dezelfde informatie ontvangen. Dat zorgt voor meer uniformiteit.”

Blik vooruit
De aanbevelingen uit het onderzoek zijn inmiddels vertaald naar een jaarplan voor 2026. Hierin zijn concrete acties opgenomen om de samenwerking verder te versterken, zoals het werken met kernplannen, vaste voorzitters, gezamenlijke scholing, structurele aandacht voor leerlingstromen en een sterkere samenwerking met gemeenten. Zo groeit stap voor stap een netwerk waarin scholen elkaar weten te vinden en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor passend en inclusiever onderwijs in de IJmond.